Ikke pikke porretje

Jonathan glimt. Terwijl we met z’n allen gezellig koffie drinken op de veranda, priemt hij met z’n vinger: ‘Ikke pikke porretje, de meester heeft een snorretje…’ Helaas, opa is af. Het versje begint weer van voor af aan maar nu mag opa niet meer mee doen.

We kijken terug op twee bijzonder fijne weken samen met onze (schoon)ouders, pa en ma Karels. We hebben er allemaal enorm van genoten. Er is zoveel over te schrijven, dat ik niet eens goed weet waar ik beginnen moet. Het begon eigenlijk direct al toen ze aankwamen. Terwijl wij met onze auto naar de simpele airstrip reden – vijf minuten bij ons huis vandaan – zagen we opeens het kleine vliegtuigje al laag overvliegen. ‘Daar zijn ze al!!!’ Met een vaart reden we – hobbel de hobbel – over de onverharde weg en toen we aankwamen was het MAF-vliegtuig al geland. Hij reed met een sierlijke boog onze kant op. Toen het vliegtuig stilstond, konden we er zo naar toe rennen. Eerst stapte de piloot uit en toen… Daar stak opa’s hoofd uit het kleine deurtje! En even later oma. Hoe is het mogelijk! Werkelijk een ontroerend moment.

Het voelde voor iedereen direct vertrouwd. Zelf voor Joël. Oma pakte hem uit de buggy zodra ze hem zag. Hij keek haar even aan en legde toen heerlijk vertrouwd z’n koppie tegen haar schouder.
Eenmaal thuis begonnen we al snel met koffers uitpakken. Dat was natuurlijk erg leuk. Hagelslag, kaas, pasta, slagroom, chocola, macaronimix, koek, drop… Wat lekker wat lekker! En dan nog schoolspullen, kleren, schoenen, en nog een hele reeks aan huis, tuin en keukenspulletjes. Geweldig!

Maar het meest genoten we van het samenzijn. We konden echt fijn bijpraten. En het was heerlijk dat ma hielp met strijken, was ophangen, kinderen vermaken en ga zo maar door. De kinderen konden ook echt de band met opa en oma weer aansterken. Oma bleek een echte spelletjes-en-versjes-oma. Het ene na het andere (opzeg)versje rolde zo uit d’r mond en vooral Jonathan genoot daar erg van. Nu ze weg zijn horen we de jongens nog dagelijks op elk willekeurig moment allerlei versjes opzeggen of zingen: ‘Daantje wou naar school toe gaan’, ‘Ikke pikke porretje’, ‘Tik, tik hamertje; wie zit er in dat kamertje?’, ‘Onder moeders paraplu’, ‘Om een uur of zes’.

Als de jongens het lange rijden in de auto zat werden, dan toverde oma een pepermuntje te voorschijn en –jawel!- dan bedacht ze weer een leuk spelletje. ‘Zullen we doen wie het langste het pepermuntje in z’n mond kan houden?’. Ik genoot dan op mijn beurt weer van de glunderende gezichtjes.

Opa bleek een fantastische timmerman-opa te zijn. Samen met Jacob heeft hij een heuse reuze klimtoestel gebouwd in de tuin. Met een echte wiebelbrug. Jacob en pa hebben er heel wat uurtjes tijd in gestoken en het was nog een hele uitdaging, met alleen ‘lokale’ materialen. Maar het resultaat mag er zijn. De kinderen genieten er elke dag van.

Verder hebben we natuurlijk alle mooie plekjes in de buurt laten zien. Wat dat betreft kwamen pa en ma op het juiste moment van het jaar, want nu in het regenseizoen is alles prachtig groen en fris. Het was natuurlijk ook leuk om iets van ons dagelijkse normale leven te laten zien. Jacob’s werk, de stad, de markt, de politie, de tuinman en de househelp. Het was grappig hoe pa en ma met veel expressie en weinig woorden een ‘gesprekje’ voerden met bijvoorbeeld de tuinman. Volgens mij kwam het uiteindelijk gewoon hierop neer: ‘Hallo, hallo, leuk om u te zien, oke oke’.

En toen gingen ze weer. Loslaten dus. Dat was moeilijk. Toch overheerste gelukkig de blijdschap en de dankbaarheid voor de goede tijd die we samen mochten hebben. En – niet te vergeten – helpt het vooruitzicht dat we de komende vier maanden een erg lieve juf Gerhilde hebben die ons helpt met de home-schooling. Daarover schrijven we de volgende keer!

Klik op de link hieronder voor wat foto’s van het bezoek van opa en oma.

januari 2012

Regen

Het regent. Wat zeg ik? Het regent niet, het giet! Al dagen achter elkaar. Het regenseizoen overtreft zichzelf…
In het begin is dat bijzonder en heel fijn. De afgelopen weken zagen we overal om ons heen de mensen met hun handploegjes hun land klaar maken om te kunnen zaaien. En inmiddels zien we overal groen omhoog komen. Het is wonderlijk hoe snel alles zo groen kan worden. Ook het gras in onze tuin en de bomen en planten zien er prachtig uit.
Ook voor de jongens is de regen een nieuw speelevenement. Af en toe laat ik ze maar gaan: regenjassen aan, laarzen aan, paraplu op en hopla… de stromende regen in. En natuurlijk door de plassen stampen. Dat werkt hier trouwens anders dan in Nederland. In Nederland is alles keurig bestraat en heeft elke straat een putje waar het water heen stroomt. Hier om ons heen is niks bestraat, zelfs de hele buurt niet. En omdat ons huis net onderaan een heuvel ligt, stroomt al het water de heuvel af, dwars door onze tuin. Na een hevige stortbui betekent dat een kolkende rivier die achter onze tuin binnenkomt, naast ons huis door de tuin verder stroomt en dan voor het huis een enorme plas veroorzaakt. Een heus zwembad voor de kinderen van zo’n 30 a 40 centimeter diep. Na een uur komen ze dan drijfnat binnen. ‘Vooruit maar…’ denk ik dan. Snel de boel uitknijpen en ophangen. Afdrogen en schone kleren aan. Ze hebben weer een leuke middag gehad!

De regen heeft ook z’n minder leuke kanten. Zoals afgelopen zondag. Het was zo’n ontzettende regenbui dat het water onder de deur van onze keuken binnenkwam stromen; zo de gang en de eetkamer in. Gelukkig konden we het met handdoeken redelijk onder controle houden. Vervelender was dat de pomp in de tuin – die er voor moet zorgen dat er genoeg druk staat op de kranen zodat we kunnen douchen en de was kunnen draaien – onder water kwam te staan. Gevolg: kortsluiting. Dus vier dagen geen wasmachine en douche en een dag zonder water.
Een ander probleem is de muur om ons huis. Bij het bouwen van dezer muur maakte men gebruik van een cement-modder mengsel. In het begin vooral cement, toen dat opraakte vooral modder. Dus voor het bovenste gedeelte heeft men vooral modder gebruikt. Door de regen verdwijnt de modder tussen de stenen. We zien de muur om ons heen afbrokkelen en er ontstaan gaten in de muur. Nog even en de muur zal het begeven .

De wateroverlast is hier niet alleen in Mbeya. Ook andere delen van het land kampen ermee. In Dar es Salaam is er veel onder water gelopen en veel beschadigd. De grote doorgaande weg is geblokkeerd. We begrepen dat er op het moment ook geen post van en naar Dar es Salaam wordt doorgestuurd. Dus ook onze kerstpost laat op zich wachten…

Toch is dat allemaal nog tot daar aan toe. Mensen om ons heen hebben met veel grotere problemen te maken. Huizen in de armere wijken zijn ingestort en mensen zijn op de vlucht geslagen. Zo vertelde onze ‘fundi bomba’ (loodgieter) dat hij na zondag drie dagen in het bos had rondgezworven. En de tuinman kwam maandag vrij vragen omdat er vier familieleden zoek waren geraakt. Dinsdag kwam hij terug: ‘niks gevonden’. Ook van anderen hoorden we dat er mensen zijn omgekomen in het noodweer.

Steeds weer worden we ons er van bewust hoe kwetsbaar de mensen hier zijn en hoe afhankelijk hun bestaan is van de natuur. Te weinig regen betekent geen oogst. Te veel regen zorgt voor een mislukte oogst. Én het zorgt voor allerlei bijkomende problemen die soms zo verstrekkend zijn. We bidden voor de mensen om ons heen. We bidden dat de regen een ‘vruchtbare’ regen mag zijn, zodat ze over een paar maanden hun oogst kunnen binnenhalen.

Community test

Afgelopen week zijn de Nyiha-vertalers een weekje in hun taalgebied geweest om hun vertaling van het boek Openbaring te ‘testen’. Zo’n test is een van de standaardprocedures in het vertaalwerk om te controleren of mensen de vertaling goed begrijpen. Want een ‘getrouwe overzetting’ van de Bijbel betekent dat Gods Woord voor mensen van nu net zo begrijpelijk moet zijn als voor mensen van toen. Zo mag een uitdrukking als ‘Ik kom als een dief’ voor het publiek van Johannes begrijpelijk zijn geweest, maar het is de vraag of ‘tie bij Nyiha-lezers van nu de juiste associaties oproept. En dat is precies wat de vertalers tijdens zo’n ‘community-test’ helder willen krijgen.

Voordat de vertalers op pad gingen, stelden ze per hoofdstuk een reeks vragen op over kwesties die ze ter sprake wilden brengen. Die vragen heb ik vervolgens met ze doorgenomen. Dat is meteen weer een mooi moment om hen wat verdere training te geven: een vraag als ‘noem eens drie van de zeven gemeenten in Klein-Azië’ is natuurlijk een goeie vraag, maar niet om de begrijpelijkheid van een Bijbelvertaling te testen. Gewapend met die vragen gingen we vervolgens op pad.

‘We’, want ik had besloten om een dagje mee te gaan. Voor één van de vertalers was dit de eerste keer (hij is nog maar een half jaar bij ons in dienst), dus het leek me goed om een stukje begeleiding te geven. Ook voor mezelf weer een leuke gelegenheid om de mensen in het Nyiha-gebied te spreken.

Het Nyiha-gebied is gelukkig niet ver van Mbeya vandaan, dus met anderhalf uur rijden – waarvan de helft op onverharde wegen –  waren we op de plek van bestemming. De vertalers hadden besloten een gebied op te zoeken waar ze nog niet eerder geweest waren en waar veel mensen ook nog niet weten van het Bijbelvertaalwerk dat aan de gang is. Zo is zo’n community test meteen een stukje PR – voor de vertalers altijd weer heel mooi om te zien met hoeveel vreugde en enthousiasme hun werk begroet wordt!

Vanaf het moment dat we uit de auto stapten verliep alles op een manier die ik als westerling alleen maar met de nodige dosis verbazing kan gadeslaan: iedereen blijkt zomaar opeens midden op de dag alle tijd van de wereld te hebben om een paar volslagen vreemdelingen een paar uur te woord te staan en te helpen bij het doornemen van hun vertaalwerk. De eerste man die we aanklampten was een fietsenmaker, maar hij kon ons niet verder helpen: hij sprak wel Nyiha, maar hij was van een andere stam en was dus geen moedertaalspreker. Maar intussen stonden er al drie andere mensen om ons heen en een meisje had al een kopie van Openbaring in haar taal in handen weten te krijgen. Hortend en stotend begon ze te lezen, giechelend bij de ervaring haar eigen taal op schrift te zien staan. En toen was het hek van de dam: binnen een minuut stonden er twintig mensen om ons heen en hadden de vertalers al hun organisatietalent nodig om de meeting in goede banen te leiden.

Tien minuten later was het eerste enthousiasme wat weggeëbd en zaten we met een klein clubje op een bankje in de schaduw ons werk te doen. Vers na vers liepen we de eerste hoofdstukken van Openbaring door en vuurden de vertalers hun vragen op het leespubliek af. En dat hielden we zo twee-en-een-half uur vol. Ik was de enige van het gezelschap die een horloge had, maar ik leek ook de enige te zijn die zich om de tijd bekommerde. Zelf ging ik aan het eind van de dag weer terug naar Mbeya, de vertalers trokken verder naar een volgend dorpje en hebben zo een week in het gebied rondgezworven.

Vanmorgen waren ze weer terug op kantoor. Dankbaar voor de goede ontvangst van Gods Woord in het taalgebied, en met goede ideeën om de vertaling nog beter te maken. En daar zijn ze vanmorgen direct mee aan de slag gegaan: zo blijkt een uitdrukking als ‘boek des levens’ een voetnoot ter verduidelijking nodig te hebben. Voor ‘een kwart’ blijken mensen de oude Nyiha uitdrukking niet meer te kennen en kunnen we dus beter een Swahili-leenwoord te gebruiken. En voor een pantser (de vertalers hadden het omschreven als een ‘ijzeren kledingstuk om pijlen en speren mee af te weren’) bleek een Nyiha-woord te bestaan waar de vertalers zelf zo gauw even niet opgekomen waren. En zo zijn we vandaag weer de hele dag aan het ‘schaven’ geweest. Over vier weken komt er een vertaalconsulent naar Mbeya om het eindproduct met de vertalers door te nemen. Weer een volgende stap in de vertaling van Gods Woord voor de Nyiha-mensen!

 

En klik hier voor een klein filmfragment van de Community test.

Oom Tom

We maken soms lastige en moeilijke dingen mee, maar er zijn ook momenten dat we erg genieten hier. Een dagelijkse zonnestraaltje in ons leven is oom Tom. Oom Tom is onze 76- jarige oude tuinman. Voor Nederlandse begrippen is dit al aardig oud, maar als we bedenken dat hier de gemiddelde levensverwachting rond de 48 jaar is, dan is zijn leeftijd nog heel wat indrukwekkender.

Voordat oom Tom bij ons zijn baan als tuinman kreeg, had hij geen werk. Hij probeerde aan werk te komen zoals zoveel mensen dat proberen: op straat lopen of langs de wat rijkere huizen en dan gewoon vragen: ‘Heeft u alstublieft werk voor mij?’ Op deze manier staan er regelmatig mensen bij ons aan de poort. Oom Tom had geluk. Wij zochten net een tuinman op het moment dat we hem voor het eerst tegenkwamen. Hij had wat verfrommelde, oude papieren van vorige werkgevers als bewijs van goed gedrag. Op zo’n moment is dat heel zinvol, want als je een tuinman in dienst neemt, wil je wel graag weten of het een betrouwbaar en geschikt persoon is. De vorige werkgevers waren vol lof. Er waren alleen wel twee nadelen: hij was zijn hele leven kok geweest en had dus geen ervaring als tuinman. Verder was hij dus al behoorlijk oud. (Al schatten wij hem op dat moment achterin de vijftig. Pas later ontdekten we hoe oud hij in werkelijkheid was). Maar goed, hij kwam heel positief bij ons over dus we besloten om het op z’n minst te proberen. Toen we ons besluit aan oom Tom lieten weten, straalde hij met zo’n enorme stralende lach, dat we hem al snel in ons hart sloten. Om te laten merken hoe blij en gelukkig hij was, wilde hij ons een ‘zawadi’ geven, een cadeautje. Hij drukte ons vol trots een verfomfaaide Engelse gebruiksaanwijzing van een Nokia-mobieltje in de hand. We bedankten hem hartelijk en vertelden hem maar niet dat we daar werkelijk niks mee konden…
We zijn nu ruim anderhalf jaar verder en oom Tom loopt nog steeds om ons huis voor drie dagen per week. Om eerlijk te zijn hebben we regelmatig overwogen om hem te ontslaan. Het probleem is namelijk dat hij heeeel erg langzaam werkt en heel weinig verstand heeft van tuinieren. Daartegenover staat dat hij goudeerlijk is, altijd in is voor een praatje, heel trouw en ijverig én dat hij over van alles en nog wat iets weet. Vooral vanwege dat laatste heeft hij ons al heel wat diensten bewezen. Hij weet de nieuwtjes, hij weet precies waar je van alles kunt kopen en hij weet wat normale prijzen zijn. Hierdoor heeft hij al heel wat klusjes voor ons kunnen doen. Zo langzamerhand is hij dan ook meer onze klusjesman dan onze tuinman geworden. Zo heeft hij pas voor mij alle ramen gezeemd. En netjes dat hij dat doet! Met een oud hemd en zonder sopje weet hij het schoner te krijgen dan ik met mijn westerse spons en zeem voor elkaar zou krijgen.
Pas geleden kwam hij op zaterdagmorgen nog even langs om iets op te halen. Op zijn gammele fietsje, een klein doosje op zijn achterrek en daarin een zojuist gekochte levende kip. Het kostte onze hond Simba slechts enkele minuten om lucht te krijgen van deze kip. Met een paar sprongen was hij bij de fiets. Voor de kip werd het doosje iets te benauwd dus het duurde niet lang of de kip rende door de tuin, de hond er achteraan, op de voet gevolgd door een luid roepende en rennende oom Tom. Vervolgens kwam Jacob ook in actie zodat even later de kip weer achterop de fiets in het doosje zat. Ik kon vanachter het raam meegenieten.

Een paar dagen later zag ik oom Tom bezig om zijn schoonmaakdoeken aan een waslijntje te laten drogen. Nou ja, eigenlijk zijn het geen echte schoonmaakdoeken maar oude hemden van mij. (Helaas worden die hier door onze slecht functionerende wasmachine erg snel oud: er komen gaten in en ze rekken enorm uit). Toen ik zag hoe allerbelabberdst zijn schoonmaakdoeken er aan toe waren, dook ik in m’n kast en….ja hoor, ik vond al snel een hemd van prima als schoonmaakdoek gebruikt kon worden. Maar toen ik het hemd aan oom Tom gaf en hem uitlegde waarvoor hij het kon gebruiken, keek hij me bijna verbijsterd aan. Waaat?? Zo’n mooi hemd als schoonmaakdoek gebruiken? Hij hield het hemd demonstratief voor zich: ‘Kijk, het is precies mijn maat!’. En ja, hij had gelijk. Een paar dagen later keek ik eens goed naar oom Tom: zag ik het nu goed? Kwam daar nu werkelijk een vriendelijk wit kanten randje tevoorschijn vanonder zijn groezelige bloes?
Er is één lastig punt. Oom Tom vraagt heel vaak om geld. En wat doe je dan? Geef je het hem of niet? We snappen hem wel. Hij denkt: ‘Blanken hebben geld. Ik werk voor blanken. Dus vraag ik om geld’. Bovendien: voor Nederlandse begrippen is het standaardloon voor een tuinman of klusjesman laag. Het wordt nog eens extra lastig als hij vertelt dat hij geld nodig heeft om eten te kopen. Dus dan maar wat geven?? Maar wat doen we dan met onze (andere) tuinman die ook heel ijverig is en goed werkt, maar die niet om geld vraagt?
Dit blijven lastige vragen. We proberen er een weg in te vinden. Bijvoorbeeld door regelmatig groente en fruit mee te geven, of wat vlees. Op deze manier proberen we op kleinschalige manier mensen zoals oom Tom te helpen. Hij blij en wij blij!

Stroomuitval

Vlug… snel de wasmachine aan. Er is stroom!
Een half uur later: Geen stroom. De wasmachine staat uit. Met een laagje water en natte kleren van het kwartiertje dat er stroom was. Vervelend, maar we houden de moed er in. Misschien is er over een half uur weer stroom. Dan proberen we het gewoon nog een keer.

We zijn weer terug in Mbeya. Na een heel voorspoedige reis met het MAF-vliegtuigje vanuit Dar es Salaam zijn we behouden aangekomen. We werden hartelijk ontvangen op het vliegveld door enkele van onze collega’s en toen we thuis kwamen kwam een stralende tuinman ons tegemoet. Het voelde als een warm welkom en dat voelde erg goed. Intussen zijn we een paar weken verder en krijgen we het ritme van het Afrikaanse leven al weer aardig te pakken.
Bij aankomst vielen we met onze neus in de boter: Vanaf het begin zitten we hier met erg veel stroomuitval. Dat betekent zo’n 50 tot 80 uur per week geen stroom. Er is een soort ‘stroomschema’: de ene dag hebben we overdag geen stroom, de andere dag ’s avonds. Maar helaas klopt het schema bijna nooit. Vandaag stond ‘geen stroom’ op de planning, maar zomaar opeens was het er een paar uurtjes. Vanavond dus wel stroom. Maar ’t is er al vijf keer af geweest. Het maakt het huishouden soms behoorlijk ingewikkeld. Voor het douchen, strijken, de koelkast, de computer en de wasmachine zijn we helemaal afhankelijk van de stroom. En vanaf zeven uur ’s avonds is het hier donker dus dan hebben we ook voor het licht stroom nodig.

Zo goed en zo kwaad als het kan proberen we het onaangename van de stroomuitval tot een minimum te beperken. Vanuit Nederland hebben we dikke kaarsen van de IKEA meegenomen en verder nog een paar lampjes die op zonne-energie werken. Dat scheelt al een hele hoop. Overdag liggen de lampjes keurig op een rijtje buiten in de zon te blaken en ’s avonds zijn ze voldoende opgeladen om weer voor een paar uur licht te zorgen. En als we ’s avonds naar de wc, de keuken of de slaapkamer willen, gebruiken we koplampjes van de Xenos. Die zijn zelfs zo ingenieus dat ze behalve het gewone licht ook knipperlicht kunnen geven. Dus af en toe kom ik Jacob ’s avonds al knipperend en flitsend in het donker tegen. Zelfs de jongens hebben hun eigen piepkleine kinderzaklampjes – toevallig in Nederland een keer gekregen – van nog geen drie centimeter groot. In de vorm van een race-auto en tennisracket.
Pas hoorde ik een leuk gesprekje tussen Jonathan en Lukas: ‘Luuk, wil je even met je zaklampje meelopen naar de wc want ik moet plassen. En dan kan ik mijn eigen zaklampje niet vasthouden’. Vervolgens liepen ze met hun lampjes in het pikkedonker richting wc waar Lukas zijn grote broer netjes bijscheen. Het gaf net voldoende licht om keurig in de pot te plassen. Daarna liepen ze samen naar de wastafel en Lukas scheen weer netjes bij voor het handenwassen. Lukas is zelfs zo zuinig op z’n lampje dat hij het de hele dag om z’n nek in een klein tasje draagt. Erg grappig.

Het meest lastig vind ik de wasmachine en de douche. Daarvoor is niet alleen stroom nodig maar ze hebben ook nog eens allebei dezelfde boiler nodig voor warm water. En voor een warme boiler hebben we zeker 6 uur stroom nodig. Dus eerst is er stroom nodig om de boiler warm te maken. Vervolgens moet ik kiezen – als de stroom er dan tenminste nog is: of we wassen onszelf onder de douche met warm water of ik was de kleren. Lastige keuze is dat.

De stroomuitval is niet alleen voor onszelf erg lastig; de hele economie van het land gaat er aan ten gronde. En dat maakt de situatie een stuk ernstiger. Helemaal omdat het ministerie van energie onlangs aankondigde dat de problemen nog tot 2030 aan zullen houden. Tanzania is voor haar energie voor een heel belangrijk deel afhankelijk van waterkrachtcentrales. Meestal levert dat aan het eind van het droge seizoen – zo rond oktober, november – behoorlijke tekorten op. Dit jaar heeft het regenseizoen erg kort geduurd en is er aan het begin van het droge seizoen al een ernstig tekort aan water, en dus aan energie. Zodra in november de regens weer komen, begint de energievoorraad ook weer aan te trekken.

We proberen onze stemming er niet al te veel door te laten beïnvloeden. Om eerlijk te zijn: dat lukt niet altijd. Soms zijn we zo aan het brommen en mopperen dat we onszelf weer even tot de orde moeten roepen. Op andere momenten trekken we ons er niks van aan en dan denken we: laat die stroom z’n gang maar gaan. Wij houden het hier – hoe dan ook – gewoon gezellig!

Afscheid

[Onderstaand weblog schreef ik woensdag. Afgelopen dagen hadden we weinig stroom en internet. Vandaar dat het even duurde voordat we dit weblog konden plaatsen…]

Terwijl de ventilator boven me op op volle toeren draait om onze body een beetje koel houden, probeer ik ondertussen deze dagen m’n hoofd koel te houden. De ventilator redt het helaas niet: Het zweet loopt in straaltjes langs m’n lijf. En m’n hoofd heeft er af en toe ook wat moeite mee… Welkom terug in Tanzania!
Afgelopen maandag, op Jacobs verjaardag, zijn we vanaf Schiphol vertrokken naar Heathrow om van daar verder te vliegen naar Tanzania. We zijn nu halverwege onze reis. Dat wil zeggen: We zitten nu in Dar es Salaam en morgen vertrekken we met een MAF-vliegtuig naar Mbeya. De reis is tot nu toe voorspoedig verlopen. We kunnen goed merken dat Jonathan en Lukas ouder worden en dat ze daardoor zo’n flinke reis ook veel beter oppakken dan twee jaar geleden. Ze doen het heel goed! Voor Joël is het wel echt pittig. De kleine puk weet werkelijk niet wat hem overkomt. En dat weet hij ook erg goed te uiten. Tjonge, wat kan dat ventje krijsen zeg! Ik zie mezelf weer lopen op het vliegveld in Londen: terwijl de mensen om me heen ape-relaxed toekijken (ze hebben alle tijd natuurlijk) probeer ik al sussend en zingend rondlopend Joel te kalmeren. Ik voel ze denken: ‘Ja meisje, hoe ga jij zo’n schreeuwend ventje weer stil krijgen??’ Ondertussen spreek ik mezelf toe: rustig blijven, gewoon doorlopen, even doorbijten nu…
Nee, zo’n reis is voor Joël niet ideaal. Daarom zien we er des te meer naar uit om straks weer in ons eigen huis het gewone leven weer op te pakken. Reinheid, rust en regelmaat. Het zal hem zeker goed doen. En ons ook.

De oma's nemen afscheid



Lukas onderweg naar het vliegtuig



Joël onderweg naar het vliegtuig



Joël in de reiswieg in het vliegtuig

De laatste week in Nederland hebben we nog heerlijk een weekje gelogeerd in Veenendaal, bij onze (schoon)ouders. We hebben er allemaal van genoten. Jonathan en Lukas maakten van oude kleden in de tuin een heuse tent, ze bouwden een klasje na van alle kleine tuinstoeltjes en mochten lekker likken toen oma een cake bakte. Kleine Joël genoot van de rust en heeft heerlijk veel geslapen. Ondertussen waren Jacob en ik druk bezig om alle koffers in te pakken. Elke koffer (het waren er negen in totaal) mocht niet meer dan 23 kilo wegen. Een hele puzzel! Maar ’t is gelukt.

Oma helpen met bakken

Afscheid nemen is niet leuk. Zeker niet als je ervaart hoe belangrijk familie, vrienden en de kerk voor je persoonlijk leven is. En dat hebben we in deze afgelopen maanden van verlof heel sterk ervaren. Toch is er ook heel duidelijk een keerzijde: Onze plek en ons werk ligt op dit moment niet in Nederland maar hier in Tanzania. Hier ligt onze roeping. Juist de achterliggende tijd, terwijl we steeds weer konden vertellen over ons werk, beseften we ook zelf weer hoe belangrijk het bijbelvertaalwerk is en hoe mooi ook! Daarom is het ook goed om weer terug te gaan. En niet alleen voor het werk, maar ook voor de rust en de stabiliteit in het gezin. Met nieuwe moed en energie hopen we onze taak weer op te pakken.
Vanaf nu hoop ik het weblog weer bij te gaan houden. Er zal vast weer genoeg te schrijven zijn!

Nieuwsbrief 13

En hier is onze 13e nieuwsbrief

Eerder terug in Nederland

We hebben belangrijk nieuws: Vrijdagavond laat zijn we na een voorspoedige reis veilig aangekomen in Nederland! Twee weken eerder dan gepland…
De laatste twee en halve week in Mbeya waren voor ons behoorlijk intensief en stressvol. De belangrijkste reden hiervan was de zwangerschap.

Drie weken geleden ging ik goedsmoeds en nietsvermoedend naar het ziekenhuis voor mijn maandelijkse controle. Rhoda was dit keer degene die mij hielp. Het was weer heel gezellig en alles leek in orde. Er was alleen één ding waar Rhoda niet zeker van was: de ligging van het kindje. Inmiddels was ik 31 weken en dan is het de bedoeling dat het kindje met het hoofdje naar beneden ligt. Ze vroeg zich af of dit het geval was. Dus besloten we om de (Zwitserse) arts in te schakelen voor een echo. De echo was overduidelijk: het kindje lag in dwarsligging. De dokter gaf ons weinig kans dat het kindje nog goed zou draaien en hij vertelde dat we moesten rekenen op een stuitbevalling. Dat was even slikken, want hier hebben we eerder ervaring mee gehad. Lukas is ook in stuit geboren.

Er was nog iets waar we over in zaten: Wat betekende dit voor onze terugreis naar Nederland? De vliegmaatschappij waar wij mee zouden vliegen geeft zwangere vrouwen tot 36 weken de gelegenheid om mee te vliegen. Daarna maak je geen kans meer. Want stel je voor dat de bevalling in het vliegtuig begint! Tot 36 weken dus. Maar… als er sprake is van een risicogeval dan geldt de regel: tot 32 weken zwangerschap mag je meevliegen. Voor ons was dus de dringende vraag: is dit een risicogeval of niet? Zo ja, dan zou ik hals over kop, binnen een week, in het vliegtuig moeten zitten. Bij die gedachte kreeg ik toch echt stresskriebels.
Bij de vraag of hier sprake was van een risicogeval, moest de arts het antwoord schuldig blijven. Hij wist het ook niet. Maar hij zou raad vragen bij een collega in Zwitserland. Vijf dagen zaten we in spanning en toen kregen we tot onze grote opluchting reactie: geen risicogeval; maar wel het advies om eerder naar Nederland te vertrekken. Daarom zijn we uiteindelijk vrijdag, in de 34e week, teruggevlogen.

En nu zitten we hier dus in Nederland. Dit weekend logeerden we bij mijn moeder in Barneveld; morgen hopen we dan naar ons vaste verblijf in Ede te verhuizen.

Het is erg vreemd om vanuit een snik- en snik heet Dar es Salaam het vliegtuig in te stappen om vervolgens zo’n 15 uur later bibberend van de kou het vliegtuig weer uit te stappen. En verder is het vermakelijk om te zien hoe de jongens genieten van al het Hollandse wat ze tot nu toe vooral uit de boekjes kennen: De roltrap en de lift op het vliegveld, de trap in huis, een stroopwafel, een verwarming, de schapen in de wei. En natuurlijk het heerlijke eten bij oma!

En wij genieten mee. Het is fijn om na anderhalf jaar onze familie weer te zien. Verder blijft het natuurlijk even spannend hoe de zwangerschap verder zal verlopen. We houden jullie op de hoogte!

Nieuwsbrief 12

Onze 12e nieuwsbrief staat online. Klik op onderstaande link…


Nieuwsbrief 12

Zwangerschapscontrole

In Nederland worden zwangere vrouwen nauwlettend in de gaten gehouden door de verloskundige. Ik herinner me mijn eigen fietstochtjes naar de verloskundigenpraktijk in Ede nog goed. Eerst elke maand, daarna 1 keer per 3 weken en zo steeds vaker naarmate de bevalling dichterbij kwam. Afspraken werden keurig gepland in een grote agenda. Die dag en zo laat. En als de afspraak niet door kon gaan, dan moest je even bellen.
Hier heb ik ook mijn ‘maandelijkse’ zwangerschapscontroles. Zo’n twintig kilometer verderop, in het kleine dorpje Ifisi, staat een mooi en relatief goed ziekenhuisje waar ik terecht kan. Het ziekenhuis valt onder verantwoordelijkheid van een Zwitserse organisatie en op het moment werkt er dan ook een Zwitserse arts en verder nog wat westerse verpleegkundigen. Ik denk dat mede hierdoor dit ziekenhuis de beste gezondheidszorg levert hier in de omgeving. Hoe graag mensen het ook anders willen, het blijft toch erg moeilijk om als Tanzaniaan een goede artsenopleiding te volgen. Met alle gevolgen van dien…
In het ziekenhuis in Ifisi werkt één Zwitserse verloskundige. Daarnaast is er nog een Tanzaniaanse verloskundige die inmiddels veertig jaar ervaring heeft. Meestal word ik door een van deze beide zusters geholpen. Eigenlijk vind ik het veel leuker om door zuster Rhoda – de Tanzaniaanse verpleegkundige – geholpen te worden. Ze is een heerlijk gemoedelijk type die de tijd voor je neemt en het maar wat gezellig vindt om te babbelen over van alles en nog wat. Bovendien spreekt ze aardig goed Engels en dat maakt het voor mij ook wat gemakkelijker. De laatste controle die ik bij haar had ging er ongeveer zo aan toe:

Ik kwam bij het ziekenhuisje aan en ik was benieuwd of ik een van beide verloskundigen zou aantreffen. Dat spreekt niet helemaal voor zich, want hier worden er geen afspraken gepland. Ik kom gewoon wanneer ik wil.

Het ziekenhuis is gebouwd rond een binnenplaats. Alle bezoekers wachten daarom netjes buiten.

De eerste de beste verpleegster die ik zag, vroeg ik naar ‘sister Rhoda’ of ‘sister Suzi’. Suzi was met een bevalling bezig en ja… waar sister Rhoda was?? Geen idee! ‘Ik zal voor je gaan zoeken’, zei het jonge meisje. Dat was natuurlijk heel vriendelijk gezegd, maar inmiddels wist ik dat dit meestal niet betekent dat ze daadwerkelijk zou gaan zoeken. Dus ging ik zelf op zoek. En ja hoor, nadat ik achter verschillende deuren had gekeken vond ik haar. Ze was net in gesprek met een andere vrouw/ patiënt, dus ik gaf aan dat ik buiten wel even zou wachten. Maar ‘nee, nee, nee… dit gesprekje stelt niks voor’ en mevrouw de patiënt stond een minuut later buiten terwijl ik ietwat beteuterd achter Rhoda aanliep. Ik had zo mijn vraagtekens bij dit incident. Als blanke wordt je namelijk nogal eens voorgetrokken, ook al wil je dat zelf niet.
Maar goed, even later zat ik dan in de controlekamer voor de doorsnee- controles. Hoe voelde ik me? ‘Goed’, zei ik. Al vertelde ik er wel bij dat ik de eerste vier maanden veel meer last had van misselijkheid en moeheid dan bij de eerste twee zwangerschappen. ‘Dan is het nu een meisje’, verzekerde Rhoda me. Tja, zij kon het weten met haar veertig jaar ervaring…
Eerst maar even wegen. He, wat jammer, de weegschaal was kapot. Dan de bloeddruk: keurig! En toen nog het luisteren naar het hartje. Ook hier kreeg ik weer een speciale behandeling. Een leerling-verpleegkundige moest op zoek naar het (enige) elektrische apparaat. En ja hoor, even later konden we samen het hartje horen kloppen. Rhoda begon direct op het ritme van het hartje te dansen en te zingen: ‘Het is een meisje en we noemen haar Rhoooddaaaaa!!’ Ik grinnikte. De controles zaten er op. Ik vroeg Rhoda hoeveel ik moest betalen. Ze dacht even na: ‘Uuuuhhhmm. Vandaag niks’. Dat was een meevaller.
Afgelopen zaterdag was ik weer in het ziekenhuis voor controle. Ik vroeg weer naar sister Rhoda of sister Suzi, maar helaas… ze waren er allebei niet. ‘Kom maandag maar weer terug’, zei de verpleegster die ik aansprak. Ai, dat vond ik niet leuk. Waarschijnlijk zag ze hoe teleurgesteld ik was, want even later zei ze: ‘Ik weet nog wel iemand die je kan meten. Loop maar mee’. Ik liep met haar mee, benieuwd naar wie ik nu zou krijgen. Nog geen drie tellen later kwam een oud typisch Tanzaniaans vrouwtje ons tegemoet lopen. Alleen haar stok ontbrak, anders zou het plaatje compleet geweest zijn: krom, veel rimpels en grote fleurige lappen stof om haar heen die dienden als rok en omslagdoek. ‘Da’s al een oude patiënt!’, dacht is. Maar ik had het mis. Het was mijn nieuwe verloskundige. Zuster Anna. Natuurlijk wilde die mij wel helpen! Ik keek een beetje bedenkelijk. Maar ’t is ook maar net hoe je het bekijkt natuurlijk. Misschien had ik hier wel de beste verloskundige voor me. Heel oud betekent ook heel veel ervaring!
Zuster Anna was een buitengewoon vriendelijke vrouw. Eenmaal bij de controlekamer knoopte ze haar bovenrok los en met een zwaai legde ze die op het bed dat voor me klaar stond. ‘Karibu’. Welkom, betekende dat. Ze zag misschien de vraagtekens op mijn gezicht, dus ze legde uit: ‘Dat bed is anders zo koud!’ Hoewel ik me nog steeds afvraag wat ik liever had: of een fris bed, of een warme rok onder me, het gebaar was natuurlijk buitengewoon. En ’t lag best lekker. Al liggend vertelde ik haar dat dit de derde zwangerschap was en dat we al twee jongens hadden. ‘Dit wordt een meisje’, zei zuster Anna. Ah, dat had ik vaker gehoord. ‘Waarom denkt u dat?’, vroeg ik haar. ‘God houdt van afwisseling’, zei ze. En dat meende ze. Ik lachte en ik dacht: ‘We zullen zien…’

Zo gaat het wegen van de kinderen er aan toe...