browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Column: oordelen

Geplaatst door on 21 september 2017

Met een woedend gezicht stormde zoonlief naar binnen. Hortend en stotend kwam het verhaal eruit. Ons Tanzaniaans buurjongetje, zijn vriendje, deed iets verschrikkelijks. En ik moest daar NU DIRECT wat aan doen.
Ik ging mee. Want ook bij mij borrelden de emoties vanbinnen. Hoe kon hij dát nu doen: Vogeltjes doodschieten! Die vogeltjes, waar wij zo van genoten! Die zoveel schoonheid van Gods schepping laten zien. Zoiets doe je toch niet!? Hier moest ik ingrijpen.
Daar stond hij. De katapult in zijn hand. Met zijn grote donkere kijkers keek hij me oprecht verbaasd aan: ‘Wat doe ik verkeerd? Mag dit niet? Maar hoe kom ik anders aan vlees voor m’n hond?’
Mijn boosheid zakte weg. ‘Ja’, dacht ik, ‘hoe kom jij anders aan vlees voor je hond?’

Het overkomt me vaker. Ik zie iets gebeuren en denk: ‘Dit mag niet!’’, ‘Doe normaal!’, ‘Dit kan beter’. Ik heb mijn oordeel klaar. Vaak heeft het te maken met een botsing van culturen. Vanuit mijn Nederlandse of christelijke cultuur, denk ik: ‘Je doet het fout’. Maar die ander, met zijn cultuur, ervaart dit helemaal niet zo. Hoezo fout?

Zo’n botsing van culturen speelt niet alleen in Tanzania. Op een dieperliggend niveau gaat het om een probleem waar iedereen mee te maken krijgt: mijn idee tegenover jouw idee. Mijn normen tegenover jouw normen. Jouw kerk tegenover de mijne. En hoe gaan we daar mee om?
De makkelijkste manier om dit op te lossen is de ander – in stilte – veroordelen en jezelf vrijpleiten. Gewoon blijven denken zoals je altijd hebt gedacht. Blijven doen zoals je altijd hebt gedaan. Deze manier is eenvoudig, maar niet eerlijk. En het komt de relatie niet ten goede.
Een andere manier is de ander overtuigen dat jouw cultuur of jouw idee het beste is. Dat gebeurt – helaas – maar al te vaak binnen een zendingscultuur. We denken: onze kerkelijke cultuur is de beste. Zoals wij denken over kleding of liturgie, zo moet de ander ook gaan denken. Maar op deze manier maken we onze culturele principes tot een wet. En dat gaat ten koste van het Evangelie.
Er is een weg die veel uitnemender is. Als we stoppen met oordelen en beginnen met luisteren naar de ander, – echt en goed luisteren – dan komen we veel dichter bij elkaar. In gesprek gaan dus en eens rustig wat vragen stellen: ‘Waarom doe je dit eigenlijk?’, ‘Wat vind jij hiervan?’ De ander heeft er recht op om gehoord en begrepen te worden. Als we zo naast de ander gaan staan, dan ontstaat er ruimte voor relatie. En voor het Evangelie. Dat doet kracht.

Deze column verscheen in het Reformatorisch Dagblad van 21 september 2017.

Comments are closed.